1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Het actief bestanddeel is fytomenadion.
Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank bevat 10 mg fytomenadion per ampul.
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank bevat 2 mg fytomenadion per ampul.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank bevat 10 mg fytomenadion per ampul.
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank bevat 2 mg fytomenadion per ampul.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Ampullen met een heldere oplossing voor injectie en drank, bestemd voor parenterale (traag I.V., I.M. (alleen voor Konakion paediatric) of orale toediening.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
- Overdosering van coumarinederivaten (vitamine K-antagonisten): overdosering als dusdanig of overdosering veroorzaakt door een geneesmiddel waarvan de combinatie de werking van coumarinederivaten (bijv. fenylbutazon) potentieert.
- Hypoprotrombinemie ten gevolge van factoren die de synthese of de aanvoer van vitamine K1 beperken, zoals onvoldoende absorptie bij gebrek aan galzouten, malabsorptiesyndroom, (lever- en darmstoornissen), perorale toediening van breedspectrum antibiotica, sulfonamiden of salicylaten, en vitamine K1-arme voeding.
- Preventie en behandeling van bloedingen bij pasgeborenen.
- Hypoprotrombinemie ten gevolge van factoren die de synthese of de aanvoer van vitamine K1 beperken, zoals onvoldoende absorptie bij gebrek aan galzouten, malabsorptiesyndroom, (lever- en darmstoornissen), perorale toediening van breedspectrum antibiotica, sulfonamiden of salicylaten, en vitamine K1-arme voeding.
- Preventie en behandeling van bloedingen bij pasgeborenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
- overdosering van coumarinederivaten, in de gevallen waarbij de onderbreking van het coumarinederivaat alleen niet lijkt te volstaan.
Men dient de voorkeur te geven aan de trage I.V.-toediening.
Behandeling van ernstige bloedingen (bijv. tijdens een anticoagulantiabehandeling):
De anticoagulantiabehandeling moet gestaakt worden. Een trage (30 sec) I.V.-toediening van 5 tot 10 mg Konakion met vers bevroren plasma (VBP) of een protrombinecomplexconcentraat (PCC).
Als de INR na 3 uur niet daalt, wordt een tweede dosis toegediend. Niet meer dan 40 mg I.V. in 24 uur toedienen.
Als de patiënt in levensgevaar is, een transfusie van totaal bloed of stollingsfactoren toedienen, samen met Konakion in dezelfde dosis.
Aanbevolen doseringen voor een behandeling met vitamine K1 bij patiënten bij wie de INR (International Normalized Ratio) hoog is en die asymptomatisch zijn, met of zonder lichte bloeding:
Voor kleine doses kunnen één of meer ampullen Konakion paediatric worden gebruikt.
Aanbevolen doseringen voor een behandeling met vitamine K1 bij patiënten met een ernstige of levensbedreigende bloeding:
VBP: vers bevroren plasma
PCC: protrombinecomplexconcentraat
- andere indicaties (bijv. parenterale voeding) : dosissen van 10 mg naargelang de behoefte.
- bloeding bij pasgeborenen : Konakion paediatric gebruiken.
Preventie van bloeding bij pasgeborenen :
Gezonde pasgeborenen (zwangerschapsleeftijd van 36 weken of meer):
- 1 mg toegediend via een intramusculaire injectie bij de geboorte of kort na de geboorte of
- 2 mg per os bij de geboorte of kort na de geboorte. De orale dosis moet worden gevolgd door nog een dosis van 2 mg op de leeftijd van 4-7 dagen. 1 maand na de geboorte moet nog een orale dosis van 2 mg worden gegeven. Bij zuigelingen die alleen flesvoeding krijgen, mag de derde orale dosis worden overgeslagen.
Eén enkele dosis van 1 mg (0,1 ml) intramusculair is aanbevolen voor kinderen waarvan niet zeker is of zij een tweede dosis oraal kunnen ontvangen, of, in het geval van borstvoeding, waarvan niet zeker is of zij een derde dosis oraal kunnen ontvangen.
Premature pasgeborenen (zwangerschapsleeftijd minder dan 36 weken) die 2,5 kg of meer wegen en a terme geboren pasgeborenen die een speciaal risico lopen (bijv. vroeggeboorte, asfyxie bij de geboorte, obstructieve geelzucht, niet kunnen slikken, gebruik van anticoagulantia of anti-epileptica door de moeder):
1 mg i.m. of i.v. bij de geboorte of kort na de geboorte. De hoeveelheid en de frequentie van verdere doses hangen af van de stollingstoestand.
Premature pasgeborenen (zwangerschapsleeftijd minder dan 36 weken) die minder dan 2,5 kg wegen: 0,4 mg/kg (equivalent aan 0,04 ml/kg) i.m. of i.v. bij de geboorte of kort na de geboorte. Die parenterale dosis mag niet worden overschreden. De hoeveelheid en de frequentie van verdere doses hangen af van de stollingstoestand.
ER ZIJN AANWIJZINGEN DAT ORALE PROFYLAXE NIET VOLSTAAT BIJ PATIËNTEN MET EEN ONDERLIGGENDE CHOLESTATISCHE LEVERZIEKTE EN MALABSORPTIE DAAROM IS DE ORALE TOEDIENING VAN VITAMINE K BIJ DEZE CATEGORIE PATIËNTEN NIET AANBEVOLEN (ZIE RUBRIEK 5.1).
OPGELET: voorzichtigheid is geboden bij het berekenen en afmeten van de dosis volgens het gewicht van de baby (vaak wordt verkeerdelijk een 10-maal hogere dosis toegediend).
Informatie over de dosering bij premature baby’s bij de geboorte voor profylaxe van bloeding als gevolg van vitamine K-deficiëntie
Verdere orale doses bij met moedermelk gevoede zuigelingen worden aangeraden, maar de gegevens over de veiligheid en de efficiëntie van die extra doses zijn beperkt (zie rubriek 5.1).
Behandeling van bloeding bij pasgeborenen :
Initiële dosis van 1 mg langs I.V. weg; latere doses volgens de behoeften, het klinisch beeld en de stollingswaarden. De behandeling met Konakion moet soms worden gecombineerd met een behandeling die sneller werkt, zoals de transfusie van totaal bloed of stollingsfactoren om ernstig bloedverlies en de vertraagde respons op vitamine K1 te compenseren.
Bijzondere aanbevelingen met betrekking tot de dosis :
Bejaarde patiënten :
Bejaarde patiënten hebben de neiging gevoeliger te zijn voor het antagonistisch effect van Konakion op de antistolling; bij bejaarden gebruikt men dan ook de lagere waarden uit de aanbevolen posologiewaaiers. Het is aangetoond dat kleine doses van 0,5 tot 1,0 mg vitamine K1, IV of oraal toegediend, effectief zijn voor het verlagen van de INR naar < 5,0 in 24 uur.
Kinderen ouder dan één jaar :
Zo nodig wordt aangeraden 5-10 mg toe te dienen. Bij deze patiënten mag Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank ook oraal worden toegediend. De optimale dosering wordt bepaald door de behandelend arts volgens de indicatie en het gewicht van de patiënt. Het is gemeld dat één enkele dosis van een tiende van de totale IV-dosis vitamine K1 voor een volwassene effectief is voor het bijstellen van een asymptomatische hoge INR (> 8), bij klinisch gezonde kinderen.
Kinderen jonger dan één jaar :
Daar bij deze patiënten de dosis lager is, zal Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank worden toegediend.
Gebruiksaanwijzing voor perorale toediening :
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank : de pipetten in de verpakking gebruiken;
- de ampul openbreken en een pipet er loodrecht inbrengen;
- de stamper helemaal optrekken om de oplossing op te zuigen (= 2 mg vitamine K1);
- de inhoud van de pipet rechtstreeks in de mond van de pasgeborene toedienen. Indien men niet beschikt over een doseerder, kan een andere toedieningsmethode met een injectiespuit als volgt worden gebruikt:
- de gewenste hoeveelheid uit de ampul opzuigen;
- de naald van de spuit verwijderen;
- de inhoud van de spuit rechtstreeks in de mond van de patiënt toedienen;
- een weinig vloeistof toedienen.
Gebruiksaanwijzing voor parenterale toediening:
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml en Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank:
De inhoud van de ampullen mag niet worden verdund, noch worden gemengd met andere parenterale geneesmiddelen, maar kan wel in het onderste gedeelte van een infusieapparaat worden geïnjecteerd, tijdens de doorlopende toediening van natriumchloride 0,9% of dextrose 5%.
De parenterale toediening gebeurt bij voorkeur traag I.V.
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml: In geval van I.M. toediening, diep in de bilspier injecteren.
Konakion 10 mg/1 ml mag niet intramusculair worden toegediend (zie sectie 4.3)
Men dient de voorkeur te geven aan de trage I.V.-toediening.
Behandeling van ernstige bloedingen (bijv. tijdens een anticoagulantiabehandeling):
De anticoagulantiabehandeling moet gestaakt worden. Een trage (30 sec) I.V.-toediening van 5 tot 10 mg Konakion met vers bevroren plasma (VBP) of een protrombinecomplexconcentraat (PCC).
Als de INR na 3 uur niet daalt, wordt een tweede dosis toegediend. Niet meer dan 40 mg I.V. in 24 uur toedienen.
Als de patiënt in levensgevaar is, een transfusie van totaal bloed of stollingsfactoren toedienen, samen met Konakion in dezelfde dosis.
Aanbevolen doseringen voor een behandeling met vitamine K1 bij patiënten bij wie de INR (International Normalized Ratio) hoog is en die asymptomatisch zijn, met of zonder lichte bloeding:
Anticoagulans | INR | Vitamine K1 oraal | Vitamine K1 intraveneus |
Warfarine | 5-9 | 1,0 tot 2,5 mg voor eerste bijsturing 2,0 tot 5,0 mg voor snelle bijsturing (1,0 tot 2,0 mg toevoegen indien de INR na 24 uur hoog blijft) | 0,5 tot 1,0 mg 0,5 tot 1,0 mg |
> 9 | 2,5 tot 5,0 mg (maximum 10,0 mg) | 1,0 mg | |
Acenocoumarol | 5-8 | 1,0 tot 2,0 mg | 1,0 tot 2,0 mg |
> 8 | 3,0 tot 5,0 mg | 1,0 tot 2,0 mg | |
Fenprocoumon | 5-9 | 2,0 tot 5,0 mg | 2,0 tot 5,0 mg |
> 9 | 2,0 tot 5,0 mg | 2,0 tot 5,0 mg | |
> 10 | Niet aanbevolen | Individueel aangepaste doses |
Aanbevolen doseringen voor een behandeling met vitamine K1 bij patiënten met een ernstige of levensbedreigende bloeding:
Anticoagulans | Toestand | Vitamine K1 intraveneus | Gelijktijdige behandeling |
Warfarine | Ernstige bloeding | 5,0 tot 10,0 mg | VBP of PCC |
Levensbedreigende bloeding | 10,0 mg | VBP, PCC of recombinant factor VIIa | |
Acenocoumarol | Ernstige bloeding | 5,0 mg | VBP, PCC of protrombineconcentraat en factor VII |
Fenprocoumon | Ernstige bloeding met INR < 5,0 | 5,0 mg | PCC |
Ernstige bloeding met INR > 5,0 | 10,0 mg | PCC |
PCC: protrombinecomplexconcentraat
- andere indicaties (bijv. parenterale voeding) : dosissen van 10 mg naargelang de behoefte.
- bloeding bij pasgeborenen : Konakion paediatric gebruiken.
Preventie van bloeding bij pasgeborenen :
Gezonde pasgeborenen (zwangerschapsleeftijd van 36 weken of meer):
- 1 mg toegediend via een intramusculaire injectie bij de geboorte of kort na de geboorte of
- 2 mg per os bij de geboorte of kort na de geboorte. De orale dosis moet worden gevolgd door nog een dosis van 2 mg op de leeftijd van 4-7 dagen. 1 maand na de geboorte moet nog een orale dosis van 2 mg worden gegeven. Bij zuigelingen die alleen flesvoeding krijgen, mag de derde orale dosis worden overgeslagen.
Eén enkele dosis van 1 mg (0,1 ml) intramusculair is aanbevolen voor kinderen waarvan niet zeker is of zij een tweede dosis oraal kunnen ontvangen, of, in het geval van borstvoeding, waarvan niet zeker is of zij een derde dosis oraal kunnen ontvangen.
Premature pasgeborenen (zwangerschapsleeftijd minder dan 36 weken) die 2,5 kg of meer wegen en a terme geboren pasgeborenen die een speciaal risico lopen (bijv. vroeggeboorte, asfyxie bij de geboorte, obstructieve geelzucht, niet kunnen slikken, gebruik van anticoagulantia of anti-epileptica door de moeder):
1 mg i.m. of i.v. bij de geboorte of kort na de geboorte. De hoeveelheid en de frequentie van verdere doses hangen af van de stollingstoestand.
Premature pasgeborenen (zwangerschapsleeftijd minder dan 36 weken) die minder dan 2,5 kg wegen: 0,4 mg/kg (equivalent aan 0,04 ml/kg) i.m. of i.v. bij de geboorte of kort na de geboorte. Die parenterale dosis mag niet worden overschreden. De hoeveelheid en de frequentie van verdere doses hangen af van de stollingstoestand.
ER ZIJN AANWIJZINGEN DAT ORALE PROFYLAXE NIET VOLSTAAT BIJ PATIËNTEN MET EEN ONDERLIGGENDE CHOLESTATISCHE LEVERZIEKTE EN MALABSORPTIE DAAROM IS DE ORALE TOEDIENING VAN VITAMINE K BIJ DEZE CATEGORIE PATIËNTEN NIET AANBEVOLEN (ZIE RUBRIEK 5.1).
OPGELET: voorzichtigheid is geboden bij het berekenen en afmeten van de dosis volgens het gewicht van de baby (vaak wordt verkeerdelijk een 10-maal hogere dosis toegediend).
Informatie over de dosering bij premature baby’s bij de geboorte voor profylaxe van bloeding als gevolg van vitamine K-deficiëntie
Gewicht van de baby | Vitamine K-dosis bij de geboorte (IM of IV) | Injectievolume |
1 kg | 0,4 mg | 0,04 ml |
1,5 kg | 0,6 mg | 0,06 ml |
2 kg | 0,8 mg | 0,08 ml |
2,5 kg | 1 mg | 0,1 ml |
Meer dan 2,5 kg | 1 mg | 0,1 ml |
Verdere orale doses bij met moedermelk gevoede zuigelingen worden aangeraden, maar de gegevens over de veiligheid en de efficiëntie van die extra doses zijn beperkt (zie rubriek 5.1).
Behandeling van bloeding bij pasgeborenen :
Initiële dosis van 1 mg langs I.V. weg; latere doses volgens de behoeften, het klinisch beeld en de stollingswaarden. De behandeling met Konakion moet soms worden gecombineerd met een behandeling die sneller werkt, zoals de transfusie van totaal bloed of stollingsfactoren om ernstig bloedverlies en de vertraagde respons op vitamine K1 te compenseren.
Bijzondere aanbevelingen met betrekking tot de dosis :
Bejaarde patiënten :
Bejaarde patiënten hebben de neiging gevoeliger te zijn voor het antagonistisch effect van Konakion op de antistolling; bij bejaarden gebruikt men dan ook de lagere waarden uit de aanbevolen posologiewaaiers. Het is aangetoond dat kleine doses van 0,5 tot 1,0 mg vitamine K1, IV of oraal toegediend, effectief zijn voor het verlagen van de INR naar < 5,0 in 24 uur.
Kinderen ouder dan één jaar :
Zo nodig wordt aangeraden 5-10 mg toe te dienen. Bij deze patiënten mag Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank ook oraal worden toegediend. De optimale dosering wordt bepaald door de behandelend arts volgens de indicatie en het gewicht van de patiënt. Het is gemeld dat één enkele dosis van een tiende van de totale IV-dosis vitamine K1 voor een volwassene effectief is voor het bijstellen van een asymptomatische hoge INR (> 8), bij klinisch gezonde kinderen.
Kinderen jonger dan één jaar :
Daar bij deze patiënten de dosis lager is, zal Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank worden toegediend.
Gebruiksaanwijzing voor perorale toediening :
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank : de pipetten in de verpakking gebruiken;
- de ampul openbreken en een pipet er loodrecht inbrengen;
- de stamper helemaal optrekken om de oplossing op te zuigen (= 2 mg vitamine K1);
- de inhoud van de pipet rechtstreeks in de mond van de pasgeborene toedienen. Indien men niet beschikt over een doseerder, kan een andere toedieningsmethode met een injectiespuit als volgt worden gebruikt:
- Haal met een injectiespuit met naald het benodigde volume uit de ampul.
- Na de naald te hebben verwijderd, dient u de inhoud van de injectiespuit rechtstreeks toe in de mond van de pasgeborene.
Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank : een spuit met naald gebruiken;- Na de naald te hebben verwijderd, dient u de inhoud van de injectiespuit rechtstreeks toe in de mond van de pasgeborene.
- de gewenste hoeveelheid uit de ampul opzuigen;
- de naald van de spuit verwijderen;
- de inhoud van de spuit rechtstreeks in de mond van de patiënt toedienen;
- een weinig vloeistof toedienen.
Gebruiksaanwijzing voor parenterale toediening:
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml en Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank:
De inhoud van de ampullen mag niet worden verdund, noch worden gemengd met andere parenterale geneesmiddelen, maar kan wel in het onderste gedeelte van een infusieapparaat worden geïnjecteerd, tijdens de doorlopende toediening van natriumchloride 0,9% of dextrose 5%.
De parenterale toediening gebeurt bij voorkeur traag I.V.
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml: In geval van I.M. toediening, diep in de bilspier injecteren.
Konakion 10 mg/1 ml mag niet intramusculair worden toegediend (zie sectie 4.3)
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Konakion 10 mg/1 ml mag niet intramusculair worden toegediend, omdat de IM toediening eigenschappen heeft van afzetting en een doorlopend vrijmaken van vitamine K1 die problemen kan veroorzaken bij het herstel van een anticoagulantiabehandeling. Bovendien kunnen IM-injecties bij patiënten die anticoagulantiakrijgen, hematomen veroorzaken.
Konakion 10 mg/1 ml mag niet intramusculair worden toegediend, omdat de IM toediening eigenschappen heeft van afzetting en een doorlopend vrijmaken van vitamine K1 die problemen kan veroorzaken bij het herstel van een anticoagulantiabehandeling. Bovendien kunnen IM-injecties bij patiënten die anticoagulantiakrijgen, hematomen veroorzaken.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen zijn hieronder per orgaansysteem en frequentie vermeld. De frequenties zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10000, < 1/1000) en zeer zelden (< 1/10000) met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen.
- Aandoeningen van het immuunsysteem
Zeer zelden: na parenterale toediening werden anafylactoïde reacties (overgevoeligheidsreacties) gemeld.
- Algemene aandoeningen en stoornissen op de plaats van toediening
Zeer zelden: na I.V. toediening van Konakion werd irritatie van de vene of flebitis gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem:
België
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/40
B-1060 Brussel
Website: www.fagg.be
e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be
- Aandoeningen van het immuunsysteem
Zeer zelden: na parenterale toediening werden anafylactoïde reacties (overgevoeligheidsreacties) gemeld.
- Algemene aandoeningen en stoornissen op de plaats van toediening
Zeer zelden: na I.V. toediening van Konakion werd irritatie van de vene of flebitis gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem:
België
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/40
B-1060 Brussel
Website: www.fagg.be
e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
N.V. Roche S.A., Dantestraat 75, 1070 Brussel, België
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank : BE055221
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank : BE175813
Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank : BE175813
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
07/2017
PRIJZEN
CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
---|---|---|---|---|---|---|---|
0613513 | KONAKION AMP 10 X 1 ML/10 MG | B02BA01 | € 12,07 | - | Ja | - | - |
1321850 | KONAKION PAEDIATRIC AMP 5 0,2ML/2MG | B02BA01 | € 11,31 | - | Ja | - | - |